Evert Nieuwenhuis
De Grote Globaliseringsgids - van Aandeelhouder tot Zapatista

Globalisering – het proces waarin landen, culturen en mensen steeds meer met elkaar vervlochten raken – verandert de wereld ingrijpend. De wereldwijde discussie over de voor- en nadelen van globalisering, voor zowel rijke als arme landen, lijkt (eindelijk) het Nederlandse publiek te bereiken. Maar wat is globalisering precies? En waar staan al die technische, vaak economische termen voor?
In deze toegankelijke, onafhankelijke gids wordt het alfabet van de globalisering behandeld, variërend van de A van Aandeelhouder tot de Z van Zapatista. Of het nu gaat om instituten als de Wereldbank, het IMF of de WTO, om plaatsen als Bretton Woods, Davos of Porto Alegre, of om fenomenen die onlosmakelijk met globalisering verbonden zijn zoals terrorisme, klimaatverandering of migratie – dit encyclopedische naslagwerk legt per steekwoord kort, zakelijk en helder uit waar het voor staat. Ook onderwerpen als voetbal, internet en soaps passeren de revue.
De Grote Globaliseringsgids
geeft de feiten en de belangrijkste discussiepunten weer. Voor beginners en gevorderden.

Voor een overzicht van alle lemma's in De Grote Globaliseringsgids, surf naar www.GroteGlobaliseringsGids.nl en druk op de knop Inhoud op het beginscherm.


• • •

 

Hieronder vindt u enkele voorbeeldteksten van het boek, waaronder het lemma over Culturele Diversiteit.
Wanneer in de tekst een woord in kleur is afgedrukt, wordt er verwezen naar een ander lemma in het boek. Ook vervoegingen van een woord verwijzen naar het bijbehorende lemma: ‘talen’ verwijst naar het lemma Taal, ‘migranten’ naar het lemma Migratie, et cetera.

Klik op één van de voorbeeldteksten:

Voorwoord: Waarom dit boek?


Culturele Diversiteit

Meer voorbeeldteksten

• • •

 

Voorwoord: Waarom dit boek?

Terwijl ik dit schrijf, zie ik vanuit mijn ooghoek op de televisie honderden popsterren en rockveteranen in negen landen optreden in de strijd tegen armoede. Het is zaterdag 2 juli 2005, de dag van Live 8. Bijna elk kwartier spreekt een beroemdheid de honderdduizenden fans toe over armoede. De een stelt dat ‘elke drie seconden een kind aan een ziekte sterft die gemakkelijk te voorkomen is’ en de ander dat ‘vanavond dertigduizend mensen aan extreme armoede gestorven zijn, net als morgenavond, en alle avonden daarna’. En vooral: dat wij daar iets aan kunnen doen. Volgens de kranten zou ongeveer een derde van de wereldbevolking met mij ‘het grootste popevenement ooit’ volgen. Als dat geen globalisering is.

Ik merk dat Live 8 me raakt, en me zelfs ontroert. Eindelijk aandacht voor wat onmiskenbaar ’s werelds grootste probleem is: armoede. Tijdens Live 8, en ook in de aanloop naar de bijeenkomst van de G8 (de zeven rijkste industrielanden plus Rusland), de aanleiding voor Live 8, heb ik meer media-aandacht voor de mondiale armoede gezien dan ooit en vooral voor de vraag wat we eraan kunnen doen. En dan staat de historische top van de Verenigde Naties in september 2005 nog op de agenda, waar zo’n 190 wereldleiders zich over soortgelijke vragen zullen buigen, net als de cruciale onderhandelingstop in december van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Hongkong.

Tegelijkertijd erger ik me. In krantenberichten en op televisiejournaals lees en hoor ik rammelende redeneringen en cijfers die niet kúnnen kloppen. En bovenal mis ik een heldere, evenwichtige discussie waarin voor- en tegenstanders aan het woord komen over de vraag hoe armoede het best te bestrijden valt. Precies de reden waarom ik twee jaar geleden aan dit boek begon.

In 1999 zette ik in Afrika mijn eerste schreden op het journalistieke pad. Ik was net afgestudeerd en wilde zien, horen, ruiken en voelen hoe een grote meerderheid van de wereldbevolking leeft: in armoede. Na een half jaar met pen en notitieblok door Afrika gezworven te hebben, keerde ik met veel indrukken en nog meer vragen terug. Vooral die ene vraag bleef onbeantwoord: hoe moeten we armoede bestrijden?

De sombere cijfers en felle aanklachten van hulporganisaties en andersglobalisten zijn indrukwekkend, maar liberale economen stellen dat de afgelopen twintig jaar de armoede juist spectaculair is gedaald. Het percentage van de wereldbevolking dat van minder dan een dollar per dag moet leven, is volgens hen gehalveerd naar eenentwintig procent. Vooral de ontwikkelingslanden zouden worden opgestoten in de vaart der volkeren: sinds 1970 steeg de gemiddelde levensverwachting er van vijfenvijftig naar vierenzestig jaar, daalde de kindersterfte met twintig procent, liep het analfabetisme in rap tempo terug en zakte het percentage ondervoede mensen van vijfendertig naar zeventien procent. En niet te vergeten: er leven meer mensen dan ooit in een democratie. Mijn zoektocht leverde dus geen eenduidig, overzichtelijk antwoord op.

Eén ding was me wel duidelijk geworden: het codewoord is globalisering, het proces waardoor mensen wereldwijd in toenemende mate van elkaar afhankelijk zijn.
Ik besloot een boek te schrijven waarin op heldere, toegankelijke wijze dat ogenschijnlijk mythische en mistige begrip ‘globalisering’ ontleed wordt. Er ging een wereld voor me open. Door bij voor- en tegenstanders te rade te gaan – van radicale andersglobalisten tot fervente neoliberale economen – werd mijn wereldbeeld veel genuanceerder. Ook leerde ik dat globalisering alles met Nederland te maken heeft.

‘Nederland is Nederland niet meer,’ hoorde je in straatinterviews in de aanloop naar het referendum over de Europese Grondwet (2005). Maar Nederland bestaat al lang niet meer. Nederland is een gebied dat aan de delta van enkele grote Europese rivieren ligt, een regio die meedeint op de golven van globalisering. ‘De politiek kan niets anders dan de ligstoelen herschikken op het dek van de Titanic,’ zoals een andersglobalist het met gevoel voor drama verwoordde. Wie ervoor pleit dat Nederland zijn soevereiniteit niet moet opgeven, heeft niet door dat Nederland die soevereiniteit al lang heeft verloren. Ga maar na: de belangrijkste problemen voor Nederland zijn in eigen land alleen niet op te lossen: het omgaan met radicaliserende moslimjongeren die terrorisme bejubelen, het op gang brengen van de economie, het terugdringen van luchtvervuiling in steden, het reguleren van (illegale) arbeidsmigratie, het in stand houden van de welvaartsstaat – al deze problemen zijn in hoge mate internationaal bepaald. Niet dat Nederland met lege handen staat, maar we kunnen de problemen niet alleen oplossen. Wie om zich heen kijkt, ziet dat iedereen en alles op de wereld innig met elkaar verstrengeld is.

Dit boek is een gids van de globalisering. Het wil de steekwoorden die in de discussie over globalisering vallen helder en overzichtelijk introduceren en in hun context plaatsen. Daarnaast geeft het de belangrijkste argumenten van voor- en tegenstanders over die sleutelbegrippen weer. Het kiest daarbij geen partij. Boeken met een mening over globalisering zijn er immers in overvloed, maar er bestond nog geen boek dat neutraal en betrouwbaar de feiten en de belangrijkste argumenten over globalisering weergaf. Dat boek heb ik willen schrijven.

Zoals voor elke gids is betrouwbaarheid belangrijk en daarom wil ik graag benadrukken dat de sponsors (Novib en NCDO) zich niet hebben bemoeid met de inhoud van dit boek. Hun standpunten heb ik op dezelfde manier behandeld als die van andere organisaties en hun opponenten. Ook mijn eigen mening heb ik niet willen opdringen; ik vind het belangrijker om de meningen van voor- en tegenstanders weer te geven dan die van mijzelf. Die komt wellicht in een ander boek aan bod.

© Evert Nieuwenhuis: De Grote Globaliseringsgids (Van Gennep, 2005)

 

naar boven

 


CULTURELE DIVERSITEIT: de wereld kent veel (sub)culturen, met verschillende talen, muziek, literatuur en kunst. Critici menen dat globalisering culturele verschillen verkleint en een belangrijke oorzaak is van de opkomst van een eenvormige mondiale cultuur. De Amerikaanse cultuur wordt vaak als grote zondebok aangewezen en zou lokale culturen verdringen. Anderen zijn minder pessimistisch en prijzen de culturele kruisbestuiving die globalisering veroorzaakt.
‘Ik wil niet dat mijn huis een vesting wordt en mijn ramen dichtgespijkerd zijn. Ik wil dat de culturen van alle landen vrijuit rond mijn huis kunnen waaien. En ik weiger mij omver te laten waaien door een van hen.’ (1)
De verzuchting van Mahatma Gandhi (1869-1948) is veel mensen uit het hart gegrepen. Wereldwijd hebben mensen het gevoel dat hun cultuur wordt weggevaagd door de wervelwind die globalisering heet. Of het nu gaat om het langzaam verdwijnen van de siësta rondom de Middellandse Zee, de eenvormigheid in architectuur (van China tot IJsland: alle flatgebouwen lijken op elkaar) tot het ontstaan van een mondiale avantgarde in de moderne schilderkunst – globalisering verandert lokale culturen.
Niet iedereen is zo somber. Optimisten wijzen op de culturele verrijking die globalisering met zich meebrengt. Door globalisering kan iedereen cd’s van Braziliaanse dj’s kopen, luisteren naar oude Portugese fadomuziek, swingen op Afropop en griezelen bij Japanse tekenfilms. Met andere woorden: dankzij globalisering kan iedereen genieten van de enorme culturele diversiteit die de wereld te bieden heeft en is een mens niet opgesloten in de monocultuur van zijn eigen omgeving. Bovendien zorgt globalisering voor verrassende kruisbestuivingen. Het vermengen van stijlen is een verrijking voor elke cultuur, zo is de gedachte, of het nu gaat om de schilder Pablo Picasso (die zich in sterke mate door Afrikaanse kunst liet beïnvloeden) of de Colombiaanse popster Shakira (die Arabische muziek met tango, reggae en rock vermengt).

Globalisering en cultuur
Culturen hebben elkaar altijd beïnvloed – dat zal niemand bestrijden – en globalisering versnelt dit proces. Door de opkomst van wat in het inleidende hoofdstuk is omschreven als ‘de motoren van globalisering’ (zoals communicatietechnologie en wereldhandel), is de interactie tussen culturen enorm toegenomen. Westerse muziek (van symfonie tot topveertighits) is op elke transistorradio waar ook ter wereld te horen, Indiase Bollywood-films (waarover later meer) en Chinese Kung-Fu films verschijnen op bioscoop- en televisieschermen over de hele wereld.
De mondiale handel in ‘culturele producten’ – film, fotografie, radio, televisie, kranten, tijdschriften, literatuur, muziek en visuele kunsten – is tussen 1980 en 2000 explosief toegenomen: een verviervoudiging met een waarde van zo’n 380 miljard dollar per jaar. Tachtig procent van deze handelsstromen komt uit dertien landen van de bijna tweehonderd landen die de wereld kent. Een groot deel van deze handelsstromen vindt plaats tussen geïndustrialiseerde landen. Amerika neemt het grootste gedeelte van de mondiale export voor zijn rekening. (2)
De toegenomen mondiale handel in culturele producten, en met name het feit dat deze gedomineerd woord door de export uit een handjevol landen, baart veel mensen zorgen. Hoewel China, India en Brazilië in hun regio grote culturele invloed hebben, wordt vaak het Westen, en met name Amerika, als zondebok aangewezen. Zoals een rapport van de Verenigde Naties concludeert na gesprekken met talloze vertegenwoordigers van overheden, bedrijven en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) aan het begin van deze eeuw: ‘Er is wijd verspreide bezorgdheid over de overweldigende dominantie van de cultuur en waarden van de Verenigde Staten en andere westerse landen in de mondiale media- en entertainmentindustrie. De angst heerst dat de continue blootstelling aan beelden van westerse levensstijlen en rolmodellen tot spanningen leidt en voor culturele en sociale verdeeldheid zorgt.’ (3)

Cultuur: beschermen of niet?
Veel landen willen hun cultuur beschermen en verlenen steun aan culturele sectoren. Een goed voorbeeld is de filmindustrie. Een nationale filmindustrie is voor veel landen belangrijk. Films van eigen bodem beschouwen zij als een essentieel onder- deel van hun nationale cultuur. Maar films maken voor de kleine nationale markt is niet altijd kostendekkend, en daarom verlenen veel overheden steun aan hun filmindustrie. Er is nog een reden voor de overheidssteun: Amerikaanse producenten hebben gemiddeld twee tot drie keer meer te besteden dan Europeanen, om over de reclamebudgetten nog maar te zwijgen. Zonder overheidssteun zouden nationale films uit de bioscopen weggeconcurreerd worden.
Frankrijk is een van de weinige Europese landen die een economisch gezonde filmsector heeft, mede dankzij de vierhonderd miljoen dollar die het jaarlijks aan zijn filmindustrie geeft. Ook in andere landen wordt film beschermd. Nederland introduceerde in de jaren negentig een systeem van fiscale voordelen voor private investeerders in films. In Korea moeten bioscopen een vastgesteld aantal dagen per jaar Koreaanse films vertonen. In Hongarije moet minimaal vijftien procent van de televisieprogramma’s Hongaars zijn.
(4)
Dit soort beschermende maatregelen is onderwerp van discussie in de Wereldhandelsorganisatie (World Trade Organization, WTO), de organisatie waarin landen afspraken maken over internationale handel. Subsidies en quota zijn namelijk handelsbarrières: ze verhinderen een vrije internationale handel, ook voor culturele producten. Binnen de WTO geldt het principe ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Wanneer nationale culturele producten, zoals films, bevoordeeld worden ten opzichte van buitenlandse producten, hebben niet alle monniken dezelfde kap.
Critici vinden dat culturele uitingen geen gewone handelswaar zijn, zoals dat wel geldt voor appels en computers. Cultuur is uniek en vertegenwoordigt een nationale identiteit, zeggen voorstanders van culturele bescherming, en het verdient daarom bijzondere aandacht. Als de markt de vrije hand krijgt, zal het culturele aanbod verschralen. De cultuur wordt monotoon, en andere grote culturen zullen de eigen cultuur gaan domineren, is de gedachte. Mede door Frans verzet hebben culturele producten een uitzonderingsstatus in de WTO. De VS zijn ’s werelds grootste exporteur van culturele producten en er is met name vanuit Amerika grote druk om deze net zo te behandelen als appels en computers. Dat zou onder meer betekenen dat steun aan de filmsector niet meer toegestaan is, wat volgens sommigen de doodssteek zou zijn voor – bijvoorbeeld – de Nederlandse filmindustrie. (5)
Niet iedereen onderschrijft de gedachte dat culturele producten een uitzonderingsstatus moeten hebben. Subsidies, quota en andere handelsbarrières hebben volgens hen een groot nadeel: politici en ambtenaren bepalen wat ‘goede’ en ‘slechte’ cultuur is. Waarom zouden mensen niet zelf die keuze kunnen maken? Wie heeft het recht om te zeggen dat het Nederlandse volk naast de Amerikaanse sitcom Seinfeld ook moet kijken naar de Nederlandse spruitjesluchtkomedie Toen was geluk nog heel gewoon? zo vragen voorstanders van vrijhandel in culturele producten zich af. Stel dat de Nederlandse overheid eeuwenlang had volgehouden dat Duitse symfonieën on-Nederlands waren en niet ten gehore gebracht mochten worden – dan zouden we nu nog naar de klompendans luisteren, schamperen zij. Sommigen menen dat juist overheidssteun en -bescherming voor culturele eenvormigheid zorgen. Kunstenaars moeten immers in de smaak vallen bij de subsidiegevers, en dat smoort vernieuwende en creatieve kunst.

Cultuurverdrag
Onder de hoede van unesco, de VN-organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, wordt onderhandeld over een mondiaal verdrag dat ‘de diversiteit van culturele inhouden en artistieke expressies’ moet beschermen. De onderhandelingen verlopen moeizaam. Heet hangijzer is of subsidies, quota en andere protectionistische overheidsmaatregelen zijn toegestaan. Check www.unesco.org voor de laatste stand van zaken.

Amerikaans cultuurimperialisme?
‘De Verenigde Staten moeten (...) de ether beheersen zoals de Britten ooit de zeeën beheersten,’ schreef David J. Rothkopf, de hoogste ambtenaar op het ministerie van Handel tijdens het eerste presidentschap van Bill Clinton. (6)
Is het de Amerikanen gelukt? Is de wereld ten prooi gevallen aan Amerikaans cultuurimperialisme?
De vraag is moeilijk te beantwoorden. Hieronder lopen we een rijtje indicatoren af en vaak zal blijken dat lokale culturele uitingen populairder zijn dan Amerikaanse. Maar daarmee is niet alles gezegd over de invloed van de Amerikaanse cultuur op de lokale cultuur. Als Chinese popmuziek en films steeds vaker jong, hip, snel en sexy zijn, is dat dan Chinese modernisering of het gevolg van de verspreiding van de Amerikaanse cultuur? De meningen verschillen.

Film
‘De meest populaire kunstvorm ter wereld’ is onmiskenbaar beïnvloed door Hollywood. Volgens een onderzoek van unesco, een onderdeel van de Verenigde Naties, importeerden in de jaren negentig 92 op de honderd landen meer films dan ze zelf produceerden. In negen op de tien landen komen de meeste buitenlandse bioscoopfilms uit Amerika. Titanic, de film met de grootste opbrengsten ooit, haalde driekwart van de 1,8 miljard dollar opbrengst op buiten de Verenigde Staten. Zoals uit grafiek 6 blijkt, is het percentage Amerikaanse films in veel Europese bioscopen de afgelopen twintig jaar gestegen, ondanks de aanwezigheid van een eigen, relatief sterke filmindustrie. (7)
Jaarlijks worden wereldwijd zo’n drieduizend films gemaakt, en het grootste gedeelte van de opbrengsten vloeit naar de Verenigde Staten (zo’n 35 procent). Hollywood verdient dus het meest. Maar volgens andere maatstaven is Hollywood
niet de grootste filmindustrie in de wereld. Dat is Bollywood, de Indiase filmindustrie die in Bombay is gevestigd (dat tegenwoordig overigens Mumbai heet). Niet alleen produceert Bollywood twee keer meer films dan Hollywood (elfhonderd tegen 593 in 2003), er kijken ook meer mensen naar. Het publiek voor Indiase films wordt door Screen Digest, een veel geciteerde bron, geschat op 3,6 miljard mensen per jaar. Dat is een miljard meer dan Hollywood trekt. Films uit Bollywood betoveren het publiek in het Midden-Oosten, Centraal-Azië, Afrika, Latijns-Amerika en in toenemende mate in Amerika en Europa.
Kleine landen kunnen een bloeiende filmindustrie hebben. Neem Nigeria, waar films uit Nollywood (de Nigeriaanse filmindustrie) vrijwel alle buitenlandse films van het scherm hebben verdrongen (zie Glokalisering, onder het kopje Nollywood).

Televisie
Slechts een op de vier huishoudens wereldwijd heeft een televisie, maar dat aantal neemt snel toe.(8) De mondiale opkomst van televisie is innig verbonden met globalisering en een van de grootste verspreiders van de Amerikaanse cultuur. Of niet? Zoals besproken in het lemma televisie, kijkt het grote publiek liever naar lokaal geproduceerde televisieprogramma’s dan naar Amerikaanse. Dat mag zo zijn, werpen anderen tegen, maar lokale programma’s lijken vaak als twee druppels water op Amerikaanse programma’s.
Soaps zijn een verhaal apart. Het is waarschijnlijk ’s werelds meest populaire format op televisie en volgens critici een icoon van Amerikaanse oppervlakkigheid en materialisme. Verrassend genoeg komen ’s werelds best bekeken en meest geliefde soaps niet uit Hollywood of New York, maar uit Mexico Stad en São Paulo. Zie Soaps.

Muziek
Als popster Britney Spears in haar nieuwste videoclip op de mondiale muziekzender mtv haar truitje wat optrekt, duurt het niet lang of miljoenen meisjes wereldwijd lopen met een blote navel. Muziek is een krachtig middel voor het verspreiden van cultuur. De reikwijdte van de Amerikaanse muziekindustrie wordt over het algemeen overschat: de meeste mensen in de wereld kopen cd’s met lokale muziek (zie tabel 5). Amerikaanse artiesten zetten wellicht de toon, maar lokale artiesten stelen de show.



Taal
Engels, de taal van Amerikanen, wint terrein. Zo willen steeds meer landen, variërend van Chili tot Mongolië, het leren van Engels verplicht stellen in het middelbaar onderwijs. Engels is de enige grote taal waarvoor geldt dat het aantal mensen dat die taal als tweede taal spreekt (350 miljoen) groter is dan het aantal mensen dat met deze taal is opgegroeid (322 miljoen). Het aantal mensen dat op een of andere manier met Engels uit de voeten kan zonder het volledig te beheersen, is veel hoger: naar schatting zijn dat 1,6 miljard mensen, bijna een kwart van de wereldbevolking. De verspreiding van het Engels kan niet volledig aan Amerika worden toegeschreven. In het overgrote deel van de wereld, inclusief Amerika zelf, is het Engels door de Britten geïntroduceerd. (9)
Internet vergroot de invloedssfeer van het Engels. Naar schatting is 75 procent van alle tekst die op internet verschijnt in het Engels geschreven, terwijl een veel kleiner deel van alle internetgebruikers Engels als moedertaal heeft. (10).

Meer weten?
• UNESCO is de organisatie die zich binnen het VN-systeem bekommert om (onder meer) culturele diversiteit. Op www.unesco.org is een schat aan informatie en doorverwijzingen te vinden over culturele diversiteit.
• UNDP, de VN-organisatie die zich richt op de ontwikkeling van arme landen, publiceert jaarlijks het gezaghebbende Human Development Report. Telkens staat een thema centraal, en in 2004 was dat ‘Cultural liberty in today’s diverse world’. Degelijk, toegankelijk en gratis te downloaden via www.undp.org.
• Wereldwijd zijn er tal van niet-gouvernementele organisaties die zich met culturele diversiteit bezighouden. Een aantal van hen komt samen in het International Network for Cultural Diversity (INCD, www.incd.net), een wereldwijd netwerk van kunstenaars en culturele organisaties die de ‘homogeniserende effecten van globalisering op cultuur’ wil tegengaan. Hivos, een van de grotere Nederlandse ontwikkelingsorganisaties, heeft cultuur als een van haar speerpunten (www.hivos.nl).
• Joost Smiers, verbonden aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, schreef het boek Arts under pressure – Promoting Cultural Diversity in the Age of Globalization (2003). Zijn boek stoelt op gedegen onderzoek en is toegankelijk geschreven.
• Het boek dat miljoenen mensen vertrouwd maakte met het begrip corporate culture (ofwel de invloed van grote bedrijven op cultuur) is Naomi Kleins No Logo (2001). Lees Tyler Cowens veel geprezen In Praise of Commercial Culture (1998) voor een tegenovergestelde visie.
• Benjamin Barbers Jihad versus McWorld (1995, Nederlandse vertaling 2002) is een veel geciteerd boek in de discussie over het verspreiden van de westerse cultuur. Volgens Barber zal de geglobaliseerde, westerse cultuur bij veel gemeenschappen, bijvoorbeeld Arabische, op verzet stuiten. Toen zijn boek verscheen leefde bij velen de tegenovergestelde gedachte, namelijk dat globalisering de wereldvrede zou bevorderen (zie Gouden-Bogentheorie van Conflictpreventie). Zijn boek werd weer actueel na de terroristische aanslagen in New York en Washington van 11 september 2001.

 

Bronnen Culturele Diversiteit:
(1) UNDP, Human Development Report 2004, p. 85.
(2) UNESCO, Study of International Flows of Cultural Goods between 1980 and 1998 2000, zoals geciteerd in UNDP, Human Development Report 2004, p. 86.
(3) ILO, A Fair Globalization 2004, §222.
(4) The Economist, Globalisation, making sense of an integrating world. The Economist / Profile
Books, 2001, p. 86-92; data uit verschillende onderzoeken, alle geciteerd in: UNDP, Human
Development Report 2004
, p. 98-99.
(5) Karin Wolfs, ‘Regering laat cultuur vallen’, De Filmkrant, 22 februari 2005.
(6) David J. Rothkopf, ‘In Praise of Cultural Imperialism?’, Foreign Policy, zomer 1997.
(7) Deze paragraaf is gebaseerd op meerdere onderzoeken waaronder die van Screen Digest, zoals geciteerd in UNDP, Human Development Report 2004, p. 86-87; Scott Elder, ‘The Reel World’, National Geographic Magazine, maart 2005.
(8) The Economist/Profile Books, Pocket World in Figures 2004.
(9) James Brooke, ‘For Mongolians. E Is for English, F Is for Future’, The New York Times, 15
februari 2005; Payal Sampat, ‘World’s Many Languages Disappearing’, State of the World
2001
, Worldwatch Institute; Joshua Fishman, ‘The New Linguistic Order’, Foreign Policy,
winter 1998-1999.
(10) Global Reach, www.glreach.com/globstats, tevens geciteerd in: The Economist, ‘Babel runs backward’, 1 januari 2005.


© Evert Nieuwenhuis: De Grote Globaliseringsgids (Van Gennep, 2005)

 

naar boven

 

Wilt u meer voorbeeldteksten lezen?
Surf naar De Grote Globaliseringsgids